Hermanus Verhoeve

Verdiensten voor toneel als acteur en regisseur

Met zijn brede gebaren, luide stem en gepassioneerde uitstraling zou je hem zo in een glansrol bij het 2012 linv vl tov oudeverhoevegrote toneel kunnen voorstellen. Geboren en getogen Nieuw-Venneper Hermanus Verhoeve (1931) vindt dat te veel eer. “Er heeft wel bij de recensie van het toneelstuk Drie is te veel in de krant gestaan dat ik in mijn spel niet onderdoe voor Joop Doderer. Een geweldig compliment, want ik ben een groot bewonderaar van Doderer.” Het moge duidelijk zijn. Dit relaas gaat over toneel. Verhoeves naam is meer dan vijftig jaar verbonden geweest aan de amateurclub De Korenbloem, aanvankelijk als acteur, later als regisseur. Hoewel hij tot de oudgedienden behoort, neemt hij voor ‘een boompje erover’ graag de tijd.

2012 linv vl tov manusverhoeve

Herman of Manus, daar moeten we een keuze maken. Zelf voelt de oud-verzekeringsman, voorheen ook brood- en zuivelbezorger, man van de Rijdende Winkel en handelaar in curiosa en antiek het meest voor Manus en daar houden we het dan maar op, hoewel hij bij de Korenbloem officieel te boek staat als Herman.

Geboren in de Sint Anthoniussstraat op een steenworp afstand van de katholieke kerk, werd Manus al jong deelnemer aan het arbeidsproces. “We waren thuis met veertien kinderen, waarvan zes jongens. Mijn vader werkte bij de boer en mijn moeder zorgde voor het gezin. Vader regelde dat ik na de lagere school meteen bij de buren Nard en Piet Duwêl aan het werk kon. Ik ben er begonnen met het vervoer van gasflessen van en naar de Kaag, brandstof voor de bootjes daar.”

Hij legde de afstand af met de transportfiets, door weer en wind. Later werd de fiets verruild voor een bestelauto. “Ze hadden een dumpwagen van het leger op de kop kunnen tikken en die verbouwd. Aan de ene kant vond je allerhande boerenartikelen en aan de andere kant spullen voor de huishouding.” Als een ware straatkoopman dreunt Manus de vroegere handelswaar op: “Kastpapier, broodpapier, borstels, bezems, knijpers, ragebollen, wrijfwas, zachte zeep, harde zeep, toiletzeep.”

Kaartavondjes

Hij werkte van zijn dertiende tot zijn achttiende bij Duwêl. Het was in deze periode dat hij kennismaakte met toneel. “De Korenbloem bestond toen al een poos, sinds 1937 en Nard Duwêl was er vanaf de oprichting bij. Er werd bij hem thuis vaak over toneel gepraat, vooral tijdens de wekelijkse kaartavondjes met een stel toneelmensen, waar mijn vader ook aan tafel zat. Op een keer kwam ter sprake dat ze bij de Korenbloem wel wat jong volk konden gebruiken en of dat niks voor zijn zoon was.”

Vader bracht de boodschap over en Manus, veertien jaar oud, liet zich dat geen twee keer zeggen. Hij bezocht de repetitie, in een zaal van hotel-restaurant De Rustende Jager en was meteen verkocht. Acteren was helemaal zijn pakkie an. “Ik kreeg een rolletje in het stuk Emigranten, over een familie die ging emigreren naar Canada. Het grappige is dat ik samenspeelde met Jopie van Staveren die later ook werkelijk naar Canada is vertrokken.”

Naast voetballen bij D2012 linv vl tov pastoorwennenIOS werd toneelspelen bij de Korenbloem zijn belangrijkste vrijetijdsbesteding. Hij voelde zich van meet af aan thuis bij de club, die in het leven was geroepen door pastoor Wennen van de parochie Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen. Iets bijzonders voor die tijd, want bij de Korenbloem mochten mannen en vrouwen samen toneelspelen, wat voordien in katholieke kring altijd gescheiden was geweest.

Jarenlang bleef Manus trouw aan de vereniging, met een inzet waardoor hij één van de pijlers werd. Dat verliep anders met zijn werkkring. Nadat hij zijn militaire dienstplicht had vervuld, zag hij het niet zitten weer bij Duwêl aan de slag te gaan. “Eén van mijn broers was metselaar en verdiende in de bouw zowat twee keer zoveel als ik.”

Hij besloot het roer om te gooien, behaalde zijn middenstandsdiploma en meldde zich bij de kruidenierscoöperatie aan de Hoofdweg. “Ik ben daar begonnen met het ophalen van de boekjes waarin boodschappen van de klant werden genoteerd om vervolgens de bestellingen af te leveren. Dat gebeurde in het begin ook met de transportfiets.”

Later ventte hij de artikelen uit via een rijdende winkel, aanvankelijk nog voor de coöperatie, daarna als zelfstandig ondernemer. Verhoeve had er een bron van inkomsten naast, als verzekeringsagent voor Concordia, een goed lopend agentschap met 140 klanten in Nieuw-Vennep en omgeving. “Daar had ik intussen ook een diploma voor gehaald. Je snapt wel dat ik mezelf ook goed had verzekerd en zo kon ik op m´n 57ste stoppen met de rijdende winkel. Binnen een week was ik er helemaal klaar mee.”

Rijnlanderweg

Het betekende niet dat Manus voortaan niets om handen had. Hij had intussen nog een andere liefhebberij ontwikkeld, de handel in gebruikte goederen, veelal inboedels die hij had kunnen opkopen. De spullen werden opgeslagen in twee grote schuren aan de Rijnlanderweg. Daar bewoonde hij een daggeldershuisje, nadat hij in 1964 met Alie Heemskerk uit Noordwijkerhout was getrouwd. Het stel begon met huren, later konden ze kopen. “We moesten 15.000 gulden op tafel leggen voor de woning plus 6000 vierkante meter grond. Best een hoop geld toen, maar ik kon het lenen op voorspraak van mijn vader”, aldus Verhoeve, sinds 2010 samen met Alie te vinden aan de Bosstraat in Nieuw-Vennep.

Wat betreft de bezittingen aan de Rijnlanderweg kon hij een goede deal maken met een telg van de familie De Valk, eigenaar van het hotel bij het Brugrestaurant. “Ik heb gewoon mazzel gehad”, constateert hij eenvoudig. In hun nieuwe behuizing tref je mooie oude spulletjes aan, antiek meubilair, en verder onder meer foto’s van het gezin, twee geadopteerde dochters, afkomstig uit Thailand en hun drie kleinkinderen.

De toneelvereniging had baat bij zijn handelsinstinct. Menig decorstuk was afkomstig uit een loods van Verhoeve. Alie vertelt dat de liefde van haar man in het begin zelfs zover ging, dat hij het halve huis leeghaalde voor de aankleding van een stuk. “Ik zat een keer samen met een vriendin naar een voorstelling te kijken, toen zij riep dat de gordijnen wel erg veel leken op die van ons. Dat klopte ook wel, want daar kwamen ze vandaan.”

Het moest niet gekker worden, vond ze en Manus hield het voortaan voornamelijk bij spullen uit de schuur. Waren serviesgoed en potten en pannen nodig kon hij een beroep doen op Hans de Jong van de Rustende Jager. “Daar had ik indertijd een goeie klant aan, leverde elke morgen dertig liter melk. Ik was de enige die zomaar kon binnenlopen en wat we nodig hadden voor toneel mocht weghalen.” De meeste kleding werd gehuurd en kapper Cees Perdaan (aanvankelijk regisseur en daarna voorzitter van de Korenbloem) zorgde voor het pruikenwerk.

Opvatting

In de loop van de jaren kroop Verhoeve in de huid van de meest uiteenlopende personages. Als acteur had hij geen voorkeur voor bepaalde rollen. Net zo lief liet hij zich van de komische kant zien, als in een serieuze of theatrale rol. “Het belangrijkste voor een toneelspeler is, dat je je kunt inleven in het karakter van de persoon die je speelt. En daarvoor moet je je totaal kunnen geven”, aldus zijn opvatting die hij later ook uitdroeg als regisseur.

De taak als spelleider beoefende hij met veel verve, zonder aanzien des persoons, recht voor zijn raap en vaak met indrukwekkende stemverheffing. “Ik kon soms lelijk te keer gaan”, realiseert hij zich. “Maar ik was het ook gauw weer vergeten hoor.”

Het moeilijkste vond hij het uitkiezen van een passend stuk. De Korenbloem bracht en brengt nog steeds twee keer per jaar een klucht of een blijspel op de planken. “In mijn tijd bepaalde ik die keuze zelf, net als met de rolverdeling. Daarbij had ik dus ook de regie in handen. Mijn systeem was: niet ouwehoeren. Je krijgt die rol, of je krijgt ‘em niet. En als ik bij de repetities merkte dat het niet liep, was het meteen over voor die persoon. Bij mij ging het altijd in de eerste plaats om het publiek en niet om iemand van de vereniging te vriend te houden.”

Een regiecursus heeft Verhoeve nooit gevolgd, wel nam hij de lessen van Co Schrama ter harte, één van de regisseurs die hem voorgingen. “Hij was mijn grote leermeester.” In het gesprek wordt Schrama menigmaal genoemd. “Opkomen doe je naar de zaal toe en niet met je kont die kant op, riep hij altijd en dat riep ik dus ook. Regel nummer twee: a r t i c u l e r e n.”

Met kracht spreekt hij het woord uit, even later gevolgd door een brabbeltaaltje. “Zeg eerlijk, dit is toch niet te verstaan? Nou, dat bedoel ik dus.”

Zo’n tien jaar terug, de juiste datum weet Verhoeve niet meer, beëindigde hij abrupt zijn medewerking aan de toneelvereniging. “Ik ben gestopt nadat de meesten van de ouwe hap al verdwenen waren en er een stel nieuwkomers de dienst gingen uitmaken. Op een vergadering heb ik nog een rondje gegeven en daarna ben ik opgestapt. Het was voor mij in één keer over en uit. ”

De actie typeert de rondborstige Venneper, die van zijn hart geen moordkuil maakt. Hij kijkt met een zekere weemoed terug op de mooie jaren die hij beleefde, de gezellige avonden met bal na, de jaarlijkse uitstapjes met partners erbij en de feestjes aan de Rijnlanderweg. “Toneelspel met de Korenbloem was een belangrijk stuk van mijn leven.”

Auteur: Geertje Bos
juli 2012.