Harry Maarse en Fiona Waterbeek

Harry Maarse: Op de Korenbloemmanier komt altijd alles goed

Tijdens de generale repetitie zit hij nogal eens met zijn handen aan het hoofd. “Je vraagt je af of 2012 linv vl tov hmaarse fwaterbeekhet ooit nog lukken zal.” Harry Maarse (1966, Aalsmeer), aanvankelijk als speler en tegenwoordig als regisseur verbonden aan toneelvereniging De Korenbloem in Nieuw-Vennep, voegt er met pretogen aan toe: “Maar het komt altijd goed.” Hij rept van ‘de Korenbloemmanier’, wat zich moeilijk laat omschrijven maar volgens hem zoveel betekent als hap snap. Maarse heeft een arbeidsverleden als banketbakker, was jarenlang huisman met een buiten de deur werkende echtgenote en is tegenwoordig beheerder van Pier K, Nieuw-Vennep. Ook in die functie staat hij geregeld voor het voetlicht. Dan treedt hij aan als gastheer om bezoekers van een theater- of filmvoorstelling een warm welkom toe te roepen.  

Iemand die makkelijk met mensen omgaat en ogenschijnlijk weinig last heeft van plankenvrees. Dat is de eerste indruk van Harry Maarse, getrouwd met Nathalie van Maarsseveen en vader van twee kinderen. “Dat doet toneel met je”, zegt hij. “Acteren helpt je ook in het dagelijks leven. Je leert voor je mening uit te komen, duidelijk te spreken en goed te bewegen.” Hij lacht. “Het neemt niet weg dat ik ook wel eens de zenuwen heb, maar dat weet ik meestal goed te verbergen.”

Maarse meldde zich op een avond in september 1998 in een zaaltje van de Rustende Jager als aspirant lid van de Vennepse toneelvereniging. die toen de eerbiedwaardige leeftijd van 61 jaar had. “Ze konden volgens mij wel wat nieuw bloed gebruiken en hadden daarvoor een oproep in de krant geplaatst.”

Harry woonde nog maar kort in Nieuw-Vennep en bedacht dat het lidmaatschap van een vereniging een mooie manier was om meer dorpelingen te leren kennen. Bovendien had hij van huis uit de liefde voor theater meegekregen. “Mijn vader was indertijd lid van Voldulosta, een vereniging van oud-leerlingen van de ulo in Aalsmeer. Hij speelde er toneel en trad ook op als souffleur.”

Met enige trots meldt hij dat zijn vader een zekere faam had als rozenkweker (de bedenker van het miniatuurroosje), gedurende twaalf jaar wethouder was en lid is geweest van Provinciale Staten. “Ik ben opgegroeid tussen bloemen en politiek”, aldus Harry, de jongste thuis, in het gezin met drie zoons.

Ballotagecommissie

Op die gedenkwaardige kennismakingsavond met het Nieuw-Vennepse toneel traden tegelijk met hem Walter van der Veen en Albertina Vork aan, evenals hij nog steeds actief bij de Korenbloem. “We moesten voor een soort ballotagecommissie verschijnen, drie heren achter een tafel. Daar zaten de wijze mannen, regisseur Manus Verhoeve, voorzitter Cees Perdaan en bestuurslid Bert Kauffman. Ik vond het best spannend, was benieuwd wat ik zou moeten doen, of ik iets zou moeten voorspelen of zo. Nou, dat viel erg mee. Het werd gewoon een gezellige avond, met een drankje en een hapje. Ze hadden kennelijk op veel mensen gerekend, want de bitterballen bleven komen…”

Harry voelde zich meteen thuis bij de club, in die periode met Verhoeve als spelleider. “Hij was een schreeuwlelijk en dat maakte best indruk, maar hij ging ook de discussie aan. Ik heb met hem een superleuke tijd gehad en veel van hem geleerd. Hij ging er altijd helemaal voor en dat vond ik geweldig. Je wist wat je aan hem had.”

Hij volgde ijverig de regieaanwijzingen, maar moet achteraf eerlijkheidshalve bekennen moeite te hebben gehad met het uit zijn hoofd leren van lappen tekst. “Daar had ik dan Fiona voor.” De vrouw in kwestie is Fiona Waterbeek-Kiel, getrouwd met een beroepsfotograaf, moeder van vier kinderen en werkzaam in het speciaal basisonderwijs. Zij is sinds 2006 lid van de Korenbloem en belicht voor deze gelegenheid samen met Maarse de huidige situatie van de toneelvereniging.

Souffleur

Harry duimt in haar richting vanwege haar functie, in het hokje voorop het podium.

Fiona was jarenlang souffleur, een vak apart. “Ik vond het eigenlijk leuker dan zelf spelen”, zegt ze. “Je bent als het ware het verlengstuk van de regisseur. Tijdens het spelen van een stuk kan de regisseur niets meer doen. Die staat in de coulissen te hopen dat alles goed gaat. De souffleur moet intussen de missers opvangen. Van zin tot zin de situatie volgen, heel alert zijn en snel kunnen reageren.”

Harry voegt er uit eigen ervaring aan toe, dat je als speler gaat rekenen op de aanwezigheid van de ‘voorzegger’. “Fiona heeft me menigmaal uit de brand geholpen. Daar ben ik haar nog dankbaar voor.” Als nadeel wordt aangemerkt dat sommige acteurs meer naar het hokje kijken dan naar het publiek en dat kan storend werken.

Inmiddels wordt er bij de Korenbloem niet meer van een souffleur gebruik gemaakt. “Het voordeel daarvan is dat je als speler beter luistert naar de anderen en dan heb ik het niet op dat laatste woordje in een zin, het seintje dat jij hierna aan zet bent.” Voor Harry betekende het dat hij zich als speler meer ging verdiepen in de samenhang van het geheel en zich niet beperkte tot zijn eigen aandeel, een risico dat er nogal eens insloop.

Regissseur

Jarenlang vertolkte hij met plezier de meest uiteenlopende rollen, na het vertrek van Verhoeve steeds met wisselende regisseurs. Totdat hij in 2010 werd gevraagd de spelleiding op zich te nemen. Zijn regiedebuut had hij eerder al gemaakt, zes jaar geleden met ‘zomertoneel’. “Dat was een probeersel”, verklaart hij. “Ik vond het jammer dat we tijdens de zomervakantie niet speelden en bedacht een voorstelling met zeven acteurs. Het heette Six Pack, bestaande uit zes korte schetsjes, in een revueachtige stijl. We traden ermee op in het Ontmoetingscentrum. Het was weer eens iets anders en leuk om te doen. Het is bij die ene zomer gebleven.”

Binnenkort regisseert hij zijn derde toneelstuk. Wat dat worden zal, weet hij op dit moment midden in de zomerstop nog niet. De geflipte flierefluiter was zijn eersteling, daarna volgde Alweer vals alarm. Met deze klucht werd in maart het 75-jarig bestaan van de toneelvereniging gevierd. De leden kregen al eerder, in november 2011 een masterclass cadeau, een workshop door ‘de koning van de lach’, John Lanting.

Harry: “Dat was een geweldige ervaring. Hij noemt een klucht ‘een drama op wielen’, een van de moeilijkste vormen van theater. Hoe zei hij het ook weer: Het gaat erom verhalen geloofwaardig te vertellen in een ongeloofwaardige situatie.”

Handleiding

Basis voor de workshop in de Rustende Jager waaraan ook andere toneelverenigingen uit Haarlemmermeer deelnamen, was het boekje Een klucht is zo gek nog niet, een handleiding van de meester zelf. Het boekje met veel anekdotes is sindsdien ‘onmisbaar’ voor regisseur Maarse. “Het zit vol goede regietips, onder andere over posities van de spelers. Ik mag er graag gebruik van maken.”

Lanting besteedde tijdens het ‘klassewerk’ ook veel tijd aan de vaardigheden van de deelnemers. “Hij liet ons rolletjes spelen en dat was soms best confronterend”, vond het tweetal. Er werden voorts fragmenten uit kluchten getoond waarmee aanschouwelijk was gemaakt hoe een lach tot stand komt.

Kan Fiona merken dat Harry er iets van heeft opgestoken? “Absoluut”, verzekert zij. “Harry is bovendien altijd heel positief. Hij laat je in je waarde en weet je vertrouwen te geven.” De regisseur reageert met een grijns. “Ik begin met een compliment en daarna komt de kritiek…”

Zijn filosofie is dat het publiek straks een mooie voorstelling moet krijgen en daarvoor dienen spelers het beste te geven. “Ik hamer erop, dat ze goed naar elkaar luisteren, weten wat de ander doet en waarom. Dan is het helemaal niet zo erg wanneer er eens een woordje wordt vergeten. Als de kern van de scène maar deugt.”

Er is in de loop van de jaren wel eens een dip geweest in het verenigingsleven, maar tegenwoordig is de Korenbloem weer springlevend. “Wij zijn een leuke groep, met vertegenwoordigers uit alle lagen van de bevolking en van alle leeftijden, van zeventien tot en met zeventig”, aldus Maarse, die eraan toevoegt de deur altijd open te houden voor nieuwe leden, vooral jongeren zijn welkom. Niet iedereen hoeft het leuk te vinden om te acteren. “We kunnen op allerlei gebied mensen gebruiken, voor het decor, de belichting, het geluid, de kleding.”  

De repetities worden van oudsher gehouden in de Rustende Jager, elke donderdagavond vanaf september tot en met april. “Ik moet je zeggen dat er haast geen repetitieavond voorbij gaat of ik heb tranen in m’n ogen van het lachen. Door de soms gekke woordspelingen en vreemde situaties die spontaan ontstaan.”

Na afloop wordt steevast ‘een biertje gedaan’ in het stamcafé. “Die ontspanning hoort erbij”, meent de regisseur. “Natuurlijk willen we op de planken goed presteren maar de Korenbloem is vooral ook een gezelligheidsvereniging.”

Auteur: Geertje Bos
Foto: Geertje Bos

juli 2012