Peter van de Riet

Vijf generaties in het schoenenvak

Schoenreparaties, klaar terwijl u wacht. Jarenlang was dat de belofte van schoenmaker Peter van der Riet (1950, Hoofddorp) aan zijn klanten. ‘Zo snel gaat het tegenwoordig niet meer’, laat hij met ee2014 linv bl ms schoenmaker vanderrietn glimlach weten. ‘Die slogan hoorde indertijd bij het concept van de hakkenbar. Zo ben ik in november 1977 begonnen als één van de ondernemers in winkelcentrum Plein 7 in Nieuw-Vennep.’ Willen we graag meer weten over het ambachtelijke bedrijf waarmee hij zich in het dorp heeft geprofileerd, blijkt er een compleet familieverhaal achter te zitten. Het relaas begint kort na de drooglegging van de polder, halverwege de negentiende eeuw, toen Peters overgrootvader Dorus van der Riet vanuit Brabant zijn heil zocht in Haarlemmermeer.

Dorus van der Riet begon als jongeman met boerenwerk, maar nadat hij een dochter van de Hoofddorpse slagersfamilie Kroezen had getrouwd, kwam daar verandering in. Peter van der Riet: ‘De man verdiende met hard werken op het land twee gulden vijftig in de week. Dat kan anders vond zijn schoonfamilie. En Dorus schafte zich een hondenkar aan waarmee hij de boer op ging, met de meest uiteenlopende spullen, variërend van petroleum, banden en garens, tot en met sokken en klompen en steeds vaker ook met schoenen.’

Dorus was een handige babbelaar en wist de boeren geleidelijk aan te enthousiasmeren voor schoenen-voor-netjes, naast de daagse klompendracht. Op gegeven moment opende hij een schoenenwinkeltje aan de Stationsweg in Hoofddorp. Schuin tegenover maatschoenmaker Rood. Hij legde daarmee de basis voor wat een florerend familiebedrijf zou worden.

Twee poten
Het schoenenvak kent twee ‘poten’, de handel en de schoenmakerij. Op beide fronten waren de Van der Riets in de loop van vele jaren actief. Was Dorus echt een handelsman, daarin gesteund door zijn vrouw, diens zoon Piet (opa Piet voor Peter) bleek geschikter als hersteller. Deze telg uit een gezin met vijf kinderen ging in de leer bij overbuurman Rood en maakte zich daar het vak eigen.

Later kocht Dorus twee pandjes aan de Kruisweg in Hoofddorp, één voor zichzelf voor de verkoop van schoenen en een voor zijn zoon Piet, die het reparatiewerk verrichtte. Uit overlevering weet Peter dat opa Piet (naar wie hij is vernoemd) ook de deuren langs ging voor klandizie. Dat betrof meestal reparatiewerk, maar het lukte hem tevens geregeld nieuwe schoenen aan de man te brengen. Was zo’n uitgave-ineens te veel, dan organiseerde hij een wekelijkse betalingsregeling. Een mooie manier van klantenbinding, constateert zijn nazaat.

Samen met Geertruida Maaijenburg uit Mijdrecht stichtte Piet van der Riet een gezin, dat tot zes kinderen uitgroeide met vijf zonen en één dochter. Peters vader Theo was de eerstgeborene. Hij en zijn broers Niek en Ernst volgden in het schoenenvak.

Buitenom

Peter brengt een aardige situatie in herinnering. ‘Het kon weleens gebeuren dat een klant in de schoenmakerij toch ook wel graag een nieuw paar schoenen wilde. Dat was geen probleem. Gehuld in zijn kaki stofjas liep de schoenmaker dan buitenom naar het winkeltje ernaast. Binnendoor bestond toen nog niet. En hij was daar dan voor even de verkoper. Een paar tellen later zat hij weer achter de stikmachine.’

Aan de nummers 642 en 644 van de Hoofddorpse Kruisweg werden allengs meer pandjes toegevoegd, op het laatst met een totale frontbreedte van twintig meter. De nieuwe aanwinsten werden gedeeltelijk gesloopt en opnieuw opgebouwd.

De zaken floreerden, mede door het aandeel van de derde generatie. Er verschenen schoenenwinkels in Nieuw-Vennep, Aalsmeer, Haarlem en Heemstede. ‘De reparaties die daar werden aangenomen, werden uitgevoerd in Hoofddorp. Daar hadden ze dus altijd genoeg te doen’, aldus Peter die zelf aan de Kruisweg ook zijn eerste herstelwerk verrichtte.

Onze zegsman is de oudste van zeven kinderen onder wie één meisje, in het gezin van Theo van der Riet en zijn vrouw Martha. Ook in dat gezin zijn de bedrijvigheden over de twee richtingen verdeeld. Peters broer Martin zit in de handel en heeft een schoenenzaak in Sassenheim, jongste broer Frans een schoenmakerij in Heemstede. Van de nazaten van de ooms Niek en Ernst koos niemand voor het vak.

Vakopleiding

Peter: ‘Na de lagere school wist ik eigenlijk niet wat ik wilde worden. Mijn vader vond dat ik het dan maar eerst moest proberen in de schoenmakerij. Ik had geen hekel aan leren, maar was handiger met mijn handen dan met mijn mond. Dus voor in de winkel was ik niet geschikt.‘ Het betekende wel dat hij als ventje van elf jaar het ouderlijk nest moest verlaten voor een interne vakopleiding in Leusden.

Hij leerde vooral veel over het oude ambacht. ‘Dat vond mijn vader maar niks. Die had thuis de meest geavanceerde machines staan. Achteraf ben ik er toch wel blij mee. Het was trouwens wel een ingrijpende verandering voor mij. Dat eerste jaar in Leusden was best moeilijk. Je mocht maar eens in de twee weken naar huis.’

Zo goed en zo kwaad als het ging, maakte hij keurig de opleiding af en begon daarna bij oom Ernst in de schoenmakerij. Aan de Kruisweg werkte hij negen jaar lang, met een uitstapje naar Den Helder. ‘Om eens te ervaren hoe het er bij een ander aan toe ging. Dat was leerzaam, maar ik had het daar verder al gauw gezien.’

Plein 7

De kans om voor zichzelf te beginnen deed zich in 1977 voor, toen in Nieuw-Vennep twee voortvarende ondernemers, Piet Vogelaar (dierenspeciaalzaak) en Jan Splinter (drogist) het voortouw namen voor de oprichting van een overdekt centrum met winkels voor de eerste levensbehoeften. Al gauw schoof ook slager Krijn Kroezen aan de vergadertafel. En aldus stond het drietal aan de wieg van Plein 7. De naam verwijst naar het aantal deelnemende winkeliers.

Het project deed indertijd heel wat stof opwaaien. Letterlijk omdat een deel van de huizen in de Gelevinkstraat ten behoeve van de bouw moest worden gesloopt. Ook figuurlijk. Het initiatief was spraakmakend en kreeg binnen het ondernemersverbond landelijke aandacht.

Peter zet spontaan de indeling van toen op papier. ‘Het plein werd aan twee kanten afgesloten door een schuifdeur. Ik zat met mijn hakkenbar in een hoekje, had vijftien vierkante meter tot mijn beschikking. Daarin moest ik het verdienen. En dat lukte aardig hoor, al was het hard werken.’

Uiterlijk vormde de hakkenbar met de oranje gekleurde machines als het ware één geheel met de koffiebar van Koos van Aarle. ‘Koos reed tot dan toe in een SRV-wagen met levensmiddelen langs de deur. Met zijn koffiebar droeg hij voor een belangrijk deel bij aan het succes van Plein 7. Van meet af zat de loop erin. Voor heel wat Vennepers werd zijn bar een vaste stek en daar had ik ook weer profijt van.’

Peter verliet Hoofddorp in dat jaar niet alleen als werkplek, maar ook als woonplaats. ‘Ik was toen nog vrijgezel en kon vrij snel een flatje boven het winkelcentrum kopen.’ Twee jaar later trouwde hij zijn vroegere buurmeisje Mirjam. Het stel kreeg twee kinderen, dochter Irene (1981) en zoon Erik (1984). Laatstgenoemde vertegenwoordigt inmiddels de vijfde generatie in het familiebedrijf.

De Symfonie

De komst in 1993 van winkelcentrum de Symfonie, betekende het einde van Plein 7. Al eerder had de 2014 bl ms schenmakerij van rietschoenlapper zijn bedrijvigheden verkast. ‘Met de hakkenbar heb ik net de vijf jaar niet vol gemaakt’, aldus Peter die met beide handen de kans aanpakte om groter te gaan toen het pand van platenzaak Disco Circus leeg kwam. Dat gebeurde in april 1981. Het betekende meer ruimte voor de machines en voor de verkoop van 2014 linv bl ms schoenmakerij van riettassen, riemen en allerhande artikelen die met het schoenenvak te maken hebben. Met de sleutelmakerij was hij al eerder begonnen.

Het pand onderging in 2010 een facelift. Er ontstond meer ruimte door de plafondverlaging te verwijderen. De tassen gingen er uit. ‘Er waren inmiddels al genoeg winkels waar deze werden verkocht.’ De rekken boven de bar met schoeisel werden verplaatst achter het machinepaneel. Links langs de wand vind je tegenwoordig naast de collectie sleutels diverse gespecialiseerde apparaten, de stik-, spijker-, doornaai-, leer- en rubber- en poetsmachines.

Filiaal

Jarenlang werd Van der Riet geassisteerd door medewerker Ed van Toorn. ‘Hij was achttien toen hij samen met zijn vader kwam solliciteren. Het klikte meteen.’ Toen in de Hoofddorpse wijk Toolenburg in 1992 een winkelcentrum werd gebouwd, begon Peter daar een filiaal met zijn familienaam. Ed werd er ‘zetbaas’. Later nam deze de zaak over en nog steeds is hij er te vinden. Van Toorn combineerde er van meet af aan de schoenmakerij met stoomgoed.

Van der Riet heeft nooit spijt gehad van zijn beroepskeuze. Hij maakte vele goede jaren mee, doorstond de opmars van gympen en sportschoenen en heeft ook nu geen klagen over gebrek aan klandizie. ‘Al vragen mensen tegenwoordig eerst wat het gaat kosten, anders dan vroeger’, merkt hij op. ‘Maar het is nog altijd mooi, afwisselend werk en je ontmoet veel mensen.’

Met tuinieren zet hij de dagelijkse stress van zich af. Hij vindt binnenshuis ontspanning in creatief schilderen. Kijk maar eens naar rechts, als je de zaak binnenstapt. Daar hangt aan de muur een vuurrode pump, ook ‘vakwerk’ van Peter van der Riet.

Auteur: Geertje Bos
januari 2014