Cok Spreeuw

Cok Spreeuw werkte 45 jaar voor J.F. van Driel en Zonen

2-11 linv bl sm cspreeuw (4)Het was Leendert Willem van Driel, die op 21 mei 1856 een smederij vestigde aan de Hoofdweg. Hij was 30 jaar, kwam uit de Bommelerwaard en was gehuwd met Geertrui Vervoorn. Leendert en Geertrui kregen negen kinderen. In 1862 kocht Leendert voor 180 gulden een stuk grond van 682m2 op de hoek van de Venneperweg en de Rustoordstraat. In 1865 kocht hij voor 96 gulden het aangrenzende perceel van 320m2 erbij. In 1903 nam zoon Jan Ferdinand de zaak van zijn vader over en toen is ook de firmanaam ontstaan. Hij begon naast het boerenwerk ook handgereedschap zoals hakken en schoffels voor het wieden van onkruid te maken. De schoffels gingen hoofdzakelijk naar de Bollenstreek.

 Jan Ferdinand van Driel had negen kinderen. Zijn zoons die later het bedrijf overnamen hebben het bedrijf uitgebouwd. Peter Johannes, de derde zoon die in 1918 met Simonia Vaalburg trouwde, nam in 1925 de zaak van zijn vader over. Toen Peter Johannes de zaak alleen had bleven zijn broers bij hem werken. Dat waren de gereedschapsmeden. Peter zelf was meer hoefsmid en voor het boerenwerk. Cok Spreeuw kwam daar als 15-jarige jongen werken en werkte veel met hem samen. Inmiddels was ook zijn oudste zoon in het bedrijf gekomen. Cok Spreeuw: ‘Daarom noemde ik Peter altijd de oude Baas. Ik kon goed met hem opschieten en heb veel van hem geleerd. Het werk was zeer gevarieerd: van het maken van gootijzers voor de loodgieters, het smeden van hoefijzers en ijzerbeslag voor boerenwagens en het leggen en korten van wielbanden.’

Beslaan

Het beslaan van paarden begon met ijzers warm maken en aangeven. Daarna kwam het dichtmaken van de hoeven: ‘Dat is nagels afknippen en omhalen en dan de hoef afvijlen.
Van lieverlee mocht je dan voorkappen, laten kappen, ijzers passen en ondernagelen. Ik kan mij nog herinneren dat toen wij zo’n 40 paarden in één week hadden beslagen ik 10 cent voor elk paard extra bij mijn loon kreeg. Dat was niet elke week zo en als er geen paarden kwamen voor beslag, maakten wij andere dingen.’ In die tijd was er nog een smederij aan ’t Kabel, was er de smederij van Piet Tijl aan de Hoofdweg, die van Jaap Kroon aan de IJweg en had kachelsmid Kluck een smederij op de hoek van de Korenaarstraat en Antoniusstraat.  

Gereedschapsmid

Daarnaast was 2-11 linv bl sm cspreeuw (3)er het werk voor particulieren zoals het leggen van een band om een spekton of het repareren of schoonmaken van kachels en kachelpijpen.’ Met de komst van de tractor dat meer mechanisatie met zich bracht, werd het werk van heel andere aard: ‘Toen bouwden wij frontladers en ploegen op de hefinrichting. Daarvoor haf je ook hydraulische cilinders nodig. Maar door het vertrek van een gereedschapsmid ben ik in de productie van het gereedschap komen werken. Dat heb ik ongeveer 20 jaar gedaan, maar door de veranderde omstandigheden was er steeds minder vraag naar wied- en spitgereedschap. Dus toen ik met de Vut kon was ik de laatste gereedschapsmid bij van Driel. De firma Sneeboer uit Bovenkarspel heeft toen de productie van gereedschap van van Driel overgenomen.   

Spreeuw

‘Ik heb altijd met plezier en vol overgave bij van Driel gewerkt. Heb daar veel waardering ontvangen en er heel goede bazen aan gehad.’ Cok Spreeuw is in 1930 geboren en als oudste in de crisisjaren opgegroeid. ‘Ik was de oudste in een groot gezin, dus moest ik al vroeg aan de slag. Als 9-jarige ging ik al met mijn vader mee om te helpen met het aardappelen rooien en om bietenkoppen af te hakken. Na de lagere school ging dat gewoon door en stond ik samen met mijn vader hele dagen in de bieten. Maar toen hij ziek was geworden moest ik alleen een zwat rooien en afhakken. Een zwat was 10 regels van 333 meter. Toen in het najaar het seizoenwerk voorbij was heeft hij een baantje als smid bij van Driel gevonden. Dat baantje wilde ik wel.’ 

Auteur: Frans Tol
(28-09-2011)