Grafdelver Hein Buijs respectvolle gastheer

Een dreigende hernia als gevolg van zware werkzaamheden in de dakbedekking brengt een ommekeer teweeg in het leven van Hein Buijs 2015 linv dl gd hein buijs (2)(Zwanenburg, 1949). Vanwege de rugklachten zou hij kunnen worden afgekeurd, maar dan biedt de gemeente Haarlemmermeer hem een werkplek in de plantsoenendienst. Zijn nieuwe taak is graven verzorgen in zijn geboortedorp, op het kerkhof van de Stichting Begraafplaats van de Hervormde Gemeente van Houtrijk en Polanen. Als Buijs in mei 2013 zijn arbeidzame leven afsluit met de vut, is hij ruim dertig jaar grafdelver geweest, tevens respectvolle gastheer bij begrafenissen. De langste periode in Nieuw-Vennep, op de dodenakkers Taxushof en Lindenhof. ‘Een prachtig beroep’, zegt hij. ‘Vooral als je een bijdrage kunt leveren aan een mooi laatste afscheid van een geliefde.’

Wanneer beheerder Ko van der Laarssen van de begraafplaats In Zwanenburg met pensioen gaat, volgt Hein Buijs hem op, inmiddels gedeeltelijk hersteld. Dagelijks bekommert hij zich om de situatie op het kerkhof, ruimt afval op, verzorgt de graven. Een paar keer per week is er een begrafenis. ‘Als de blaadjes vallen, worden dat er meer, ook tussen kerst en Nieuwjaar.’

Twee dagen eerder krijgt hij daarvan bericht. Die tijd heeft hij nodig om het graf te graven en alles gereed te maken voor het plaatsen van de kist. Op de dag zelf controleert hij diverse keren of de zaak in orde is. ‘Je kunt het niet meer overdoen. Het moet in één keer helemaal goed zijn.'

Het mooiste onderdeel van zijn werk vindt hij de omgang met mensen, voorloper te zijn van de rouwstoet, het gezelschap begeleiden naar het graf. Tijdens het ritueel, in de functie van gastheer op de begraafplaats, is hij respectvol gekleed, in donker kostuum, handschoenen en zwarte pet. Dat hoofddeksel is tijdens ons gesprek gauw tevoorschijn gehaald. ‘Ik heb ‘em altijd nog bewaard. Maat 52. Kijk, de datum staat er ook in, 3 september 1982.’

Buijs is dan net een jaartje getrouwd met Hansje de Reus, dochter van de plaatselijke rijwielhandelaar. Zij brengt in herinnering dat haar man in deze periode nog handmatig het graf maakt. Een kuil van 2.20 cm bij 1 meter en 2.20 cm diep. ‘Je had toen nog geen mobieltjes en als hij lang wegbleef, pakte ik mijn fietsje om te kijken of alles goed ging. Ik was altijd bang dat de boel zou instorten en hij onder het zand bedolven zou raken.’ Inmiddels gebeurt het delven machinaal.

Juiste plek

Als voorloper zorgt Buijs ervoor dat de stoet op de juiste plek komt. En vervolgens wordt de kist geplaatst op het draagtoestel in de kuil, waarvoor aan weerszijden houten planken zijn aangebracht. ‘Vroeger zakte de kist langzaam met behulp van touwen, tegenwoordig wordt meestal een liftje gebruikt.’ Als daarom is gevraagd, zorgt hij voor een microfoon, een schop met een bergje zand.

Na afloop van de teraardebestelling wacht er weer werk op hem. ‘Na een uur of twee, als iedereen vertrokken is, ga ik aan de slag.’ Hij legt voorzichtig het bloemwerk even opzij. Wanneer de kist nog niet helemaal is gezakt omdat de nabestaanden het niet wilden, doet hij dat alsnog. Het liftje wordt weggehaald en vervolgens de grafkuil volgestort met zand, nadat de planken zijn verwijderd. De doodgraver rangschikt als laatste de bloemen.

Na een bepaalde periode worden graven geruimd. De nabestaanden krijgen daarvan bericht. Als niemand reageert, wordt het monument weggehaald, twee maanden in bewaring gehouden en ten slotte vernietigd. ‘Het graf moet compleet leeg komen. De beenderen verdwijnen in de zogenaamde knekelput, een soort verzamelgraf, met de data van ruiming erbij vermeld.’

Vier jaar lang vervult Buijs deze taak in Zwanenburg. Daarna stapt hij voor een paar jaar over naar De Wilgenhof in Hoofddorp en vervolgens wordt hij opvolger van Piet Degenaar als beheerder van de openbare begraafplaats Taxushof aan de Bosstraat in Nieuw-Vennep. In 1989 betrekt hij de ‘doodgraverswoning´ aan de Veldbloemstraat. Daar woont hij nog steeds. Later krijgt hij ook de andere Vennepse begraafplaats onder zijn hoede. Het katholieke kerkhof aan de Papaverstraat is sinds 1990 uitgebreid met een gedeelte algemene begraafplaats. Buijs neemt hier de taak over van Leen van der Vlugt.

Bakkie doen

Anders dan bij de Taxushof bevindt zich op het terrein van de Lindenhof een kantoortje. Hier kan Buijs zijn administratie doen en mensen ontvangen. ‘De deur stond altijd open en vaak kwamen bezoekers even een bakkie doen. Ik was er altijd voor de mensen. Soms moesten ze hun verdriet kwijt, een andere keer lieten ze weten blij te zijn met het toezicht en dat het er allemaal zo netjes bij stond.'

Hij lacht even. ‘Er werd eerlijk gezegd ook wel eens geklaagd hoor. Ruzie over het graf heen. Zo´n graf is één meter breed en kom je met je bloemwerk daar buiten, dan zit je op iemand anders z’n plek. Daar heb ik me nooit mee bemoeid. Dat moesten ze zelf maar oplossen.'

Het gebouwtje wordt later gekozen als locatie voor de afscheidsreceptie van de beheerder. De ruimte is te klein voor alle bezoekers die hem de hand willen drukken en cadeaus overhandigen. ‘Dat is nu twee jaar geleden en nog steeds word ik benaderd door mensen, die me daar missen. Soms wildvreemden. Je moet weten dat er na mijn vertrek geen toezicht meer is, de persoonlijke aandacht is verdwenen. Heel jammer.’ Het beheer is sedert zijn vertrek voortgezet door het dienstverleningsbedrijf voor buitenruimten De Waterwolf.

Dunweg

Gedurende de Zwanenburgse periode is Buijs tevens in dienst bij begrafenisondernemer Dunweg, op afroep in de avonduren en tijdens het weekeinde. Daar leert hij ook de andere kant van het vak kennen. Hij vergezelt een collega bij huisbezoek na een overlijden, helpt bij het afleggen en is erbij als een dode moet worden overgebracht naar het rouwcentrum.

Zijn vrouw Hansje verzorgt de ontvangst na afloop van de begrafenis. ‘Koffie met cake, ja. Mooi werk, hoor. En denk niet dat het altijd kommer en kwel was. Soms leek het een gezellige reünie en werden herinneringen opgehaald waarbij ook wel werd gelachen.’

Na verloop van tijd stoppen voor elk van hen deze werkzaamheden. Voor hem wordt het steeds lastiger beide taken te combineren en na de verhuizing naar Nieuw-Vennep gaat zij werken in zorgcentrum De Westerkim. Dat doet ze tien jaar lang.

Buijs realiseert zich dat er in zijn vak veel veranderingen zijn geweest. ‘Neem alleen al de lengte van de kist. Tegenwoordig zijn de mensen veel langer dan vroeger. En dikwijls ook zwaarder. Soms zijn er acht dragers nodig in plaats van zes.’ Wordt in zijn tijd de kist meestal op de schouders gedragen, vandaag de dag is een rijdende baar meer gangbaar, waarbij de kist is voorzien van handgrepen, aan de zijkanten. ‘Dat heet Engels dragen.’

Bijzonder

Gedurende zijn arbeidzame jaren maakt hij soms bijzondere rituelen mee. Zoals tijdens een Surinaamse begrafenis, waarbij de rouwenden kleurrijk zijn gekleed alsof ze naar een feest gaan, met uitbundige levende muziek. Heel anders dan een begrafenis van iemand van de zwarte kousenkerk. Zo´n dominee preekt hel en verdoemis. ‘Alles is heel sober. Bloemen zijn er niet, haast geen muziek.’

Het meest wordt hij geraakt door het laatste afscheid van een kind. ‘Daar zijn vaak ook klasgenootjes bij, met ballonnen, tekeningen en verhaaltjes. 2015 linv dl gd hein buijsHeel aandoenlijk.’ In de loop van de jaren leert hij niet teveel met de dood van een ander mee te leven. ‘Je moet het van je afzetten. En dat kan ik heel goed.’ Ontspanning vindt hij in tuinieren en vooral in vissen, heerlijk met z’ n bootje in Spaarndam. En zo is het nog steeds, ook na zijn vut. Menig uur brengt hij door op het water, achter zijn hengel.

Rest nog een laatste vraag. Is er al nagedacht over hun eigen heengaan? Zijn antwoord is duidelijk. Het maakt hem niet uit wat er straks gebeurt. En dood is dood. Meer kan hij er niet van maken. Zijn vrouw wil een afscheid, zo eenvoudig mogelijk, in een eikenhouten kist, niet in de grond begraven, maar in een afgesloten ruimte, een soort keldertje.

Over de plek zijn ze het eens. Een familiegraf op de Taxushof, naast dat van oud-burgemeester Van Stam. ‘Als je het hek doorbent, meteen rechts. Dan kan ik in de gaten houden wie er op bezoek komt’, aldus Hansje met een knipoog.

 

Auteur: Geertje Bos

Foto's: Piet Klaassen

Juli 2015

Boek met interviews over het Leven in Nieuw Vennep van toen en nu