Aandacht voor honkbal en de Vennep Flyers

Een individuele sport, die je in teamverband speelt. Aldus omschrijft Rob Stok (1948, Den Haag) enigszins cryptisch het aantrekkelijke van honkbal. 2017 linv vennepflyers (3)Als de elektronicus zich eind 1980 met zijn gezin in Nieuw-Vennep vestigt, meldt hij zich meteen aan bij de plaatselijke honk- en softbalvereniging, net een paar maanden eerder opgericht. Stok is vanaf zijn zeventiende actief in de sport, naar eigen zeggen gek op het 'spelletje'. Bij de Vennep Flyers maakt hij zich achtereenvolgens verdienstelijk als speler, trainer/coach, in de veldcommissie, diverse bestuursfuncties en laatstelijk tevens voorzitter van de club. De sport kan best wat aandacht gebruiken, meent hij. Anders dan in Amerika waar baseball nummer één is, komt honkbal er in Nederland maar bekaaid af. Dat moet anders, vindt hij.

We geven hierbij aandacht aan de sport, maar eerst komt de club aan bod, de Vennep Flyers. De vereniging bestaat ruim 35 jaar en heeft een mooie ontwikkeling doorgemaakt, met 2016 als topjaar. Als van 9 tot en met 13 september in dat jaar het Europees Kampioenschap Honkbal in Nederland wordt gehouden, is de Vennepse vereniging gastheer bij vijf wedstrijden op het terrein aan de Oosterdreef, met sporters uit diverse Europese landen. Stok: 'Dat leverde niet alleen veel publiciteit op, belangstelling voor de sport en voor de Flyers in het bijzonder, maar ook een nieuw scorebord en geluidsinstallatie.'
Rob Stok, getrouwd met Loes en vader van Mariska (1973) en Robbert (1975), staat stil bij zijn persoonlijke kennismaking met honkbal in Nieuw-Vennep. Voorheen speelt hij het spelletje in Den Haag en Purmerend. 'Nadat ik hier was komen wonen, wilde ik ook graag hier gaan honkballen. De club functioneerde pas kort, en onder de vlag van de meer sporten omvattende vereniging, SV Nieuw-Vennep. Getraind werd er op een korfbalveldje van KIOS. Toen ik daar kwam, lag er sneeuw.'

Buschauffeurs

Aan de wieg van de club staan een aantal enthousiaste buschauffeurs van NZH en honkballers van de Golden Eagles uit Haarlem. Een oproep in het Witte Weekblad levert zo'n veertig leden op. Al gauw wordt het korfbalveld te klein voor de snelgroeiende honk- en softbalvereniging en verkast men naar een gravel trainingsveld van een voetbalvereniging. In een hoek van het veld worden honken en een plaat neergelegd. Hoewel nog lang niet alles compleet is, kan het spel worden gespeeld. Een rood-wit lint houdt het voetbalpubliek buiten het speelveld.
Op het sportcomplex aan de Oosterdreef worden in die jaren handbal, hockey, korfbal en voetbal onder één paraplu beoefend. De honkballers kiezen al gauw voor zelfstandigheid, en gaan verder als HSV The New-Vennep Nuts. Er is nog geen officieel honkbalpak, wel een T-shirt met het Nutslogo. De nieuwkomers worden door de voetballers gedoogd omdat het een zomersport betreft, maar het is niet altijd koek en ei. 'Onze ballen kwamen weleens verkeerd terecht', klinkt het eufemistisch.

Eigen veld

Eén van de voorzitters van het eerste uur, Ton Halenbeek maakt zich hard voor de aanleg van een eigen veld. Dat komt tot stand, mede dankzij de gemeente Haarlemmermeer, een honkbalveld plus een softbalveld. De nieuwe velden worden officieel geopend op 3 juni 1989 met een hoofdklasse wedstrijd tussen PSV, Eindhoven en Unique Giants Diemen. Een belevenis.
Een clubkantine is ook een hartenwens. Van een bouwplaats in Hoofddorp mag een bouwkeet worden mee genomen en 'onderweg' worden niet meer in gebruik zijnde kleedkamers op de kop getikt. Het hele spul komt via diepladers aan de Oosterdreef terecht.
Zonder sponsors geen sportbeoefening. In 1984 wordt financiële steun gevonden bij het cosmeticamerk Christian Dior. Met een budget van twintigduizend gulden kunnen een slagkooi en een werpmachine worden aangeschaft. Alsook een nieuw tenue, met de naam erop van de mannengeur Jules. Een paar jaar later vindt de club een nieuwe hoofdsponsor en speelt het eerste team onder de naam Dataserv Flyers. Als deze sponsoring 2017 linv vennepflyers (1)stopt, wordt een wedstrijd uitgeschreven voor het bedenken van een nieuwe clubnaam en met ingang van 1990 is er sprake van Vennep Flyers, anno 2017 een vereniging voor honkbal (zes teams), softbal (acht teams) en voor de jongsten beeball (twee teams). De vereniging telt zo'n tweehonderd leden.
Een andere belangrijke datum in de historie van de club is 2 april 2011. Dan wordt een nieuw sportcomplex geopend, met een stenen verenigingsgebouw, de Fly-Inn. Het vorige clubhuis, het tweede in successie, is evenals het eerste gebouwtje, indertijd met man en macht in elkaar gezet. 'Halverwege de jaren negentig konden we een noodgebouw van de Leidse Universiteit gratis krijgen. Dat moest eerst plank voor plank uit elkaar worden gehaald, vervoerd en later hier weer worden opgebouwd, compleet met kleedkamers.'
Stok maakt de ontwikkelingen van nabij mee. Hij werkt ook mee aan het meerjarenbeleidsplan 2016-2020.

Stoere sport

En nu aandacht voor de sport. Veel jongeren maken ermee kennis via het in de spelregels aangepaste softbal of slagbal. Op middelbare scholen worden deze vormen tijdens de gymnastieklessen gegeven, vaak met gemengde teams van meisjes en jongens. 'Daarna zijn het vooral de jongens die verder gaan en kiezen voor honkbal. Ze vinden het echt een stoere sport.' Dat imago is wellicht het gevolg van taalgebruik, veel termen komen uit het Engels en dan is er de indrukwekkende outfit, voor de Flyers in de kleuren wit en bordeauxrood. Met zo'n pak staat er wel iemand natuurlijk. Overigens raken steeds meer dames geïnteresseerd in de sport, zowel honk- als softbal, ook bij de Flyers.
Welke kwaliteiten moet je hebben om de sport te kunnen beoefenen? Stok: 'De oog-hand coördinatie is belangrijk. Kijk, het is echt niet zomaar een balletje gooien en slaan.'
Alle spelregels uitleggen, wordt te ingewikkeld, maar vertellen wat het spel zo'n beetje inhoudt gaat wel. Om te beginnen wordt honkbal gespeeld door twee teams die elkaar 'bevechten'. Dat gebeurt op een terrein, met een binnenveld (infield), in de vorm van een cirkelsegment van negentig graden, voorzien van witgeschilderde honken, een werpplaat en een thuisplaat. Er is ook een buitenveld (outfield).
Elk team heeft negen spelers, een werper, een achtervanger, vier infielders, alsook drie buitenvelders (links, rechts en in het midden). Een wedstrijd bestaat uit negen innings en elke inning uit twee speelhelften. In de ene speelhelft wordt door het thuisspelende team in het veld verdedigd en door de bezoekers 'aan slag' aangevallen. In de volgende speelhelft zijn de rollen omgedraaid.
Vanaf de werpplaat gooit de werper (pitcher, van de verdedigende partij) de bal over het vierde honk, de thuisplaat. De bal moet over de plaat gaan, tussen knie- en ellebooghoogte (slagzone) van de slagman, de aanvaller. De worp wordt beoordeeld door de scheidrechter. De slagman probeert de bal in het veld te brengen, rent naar het eerste honk en heeft een punt als hij het vierde honk, de thuisplaat 'veilig' passeert. Als alle honken in één slagbeurt worden 'genomen' is er sprake van een homerun. De ploeg met de meeste punten is de winnaar.
Stok: 'Het verschil met andere teamsporten is dat iedereen individueel een prestatie moet neerzetten, die het team ten goede komt. Daaraan kun je je als speler niet onttrekken. Als je als voetballer de kantjes eraf loopt, kun je dat ongestraft doen. Bij honkbal dus niet.'

Materialen

Voor het beoefenen van de sport zijn allerhande speciale materialen nodig. Zoals een handschoen, knuppel (bat), en een bal. Van oudsher is zo'n handschoen gemaakt van leer met een wollen vulling, tegenwoordig ook wel met kunststof gevuld. Stok legt uit dat gewicht, omvang en model van de handschoen afhankelijk is van de spelpositie van de speler. De knuppel is van hout of van aluminium. De bal heeft een buitenkant van soepel paardenleer, de kern bestaat uit rubber of kurk, waaromheen wol of katoen is gewonden, afgedekt met een laagje lijm voor het bevestigen van het leer.
Verder wordt ook gebruik gemaakt van beschermende materialen, de toque, ter bescherming van de geslachtsdelen. De slagman draagt een helm, soms ook scheenbeschermers en elleboogbeschermers. De achtervanger of catcher draagt de meeste bescherming, hij heeft de kwetsbaarste positie in het spel. Naast beenbeschermers zijn er voor hem vlak onder de knieholte kneesavers, om ze tegen slijtage te beschermen. Vaak ook nog een body protector die het hele bovenlichaam bedekt, behalve armen en de gooischouder. En een speciale helm met gezichtsmasker. De plaatscheidsrechter is van eenzelfde outfit voorzien als de achtervanger. Hij draagt bovendien schoenen met een stalen neus.
Het moge duidelijk zijn, deze sport leer je niet eventjes op straat met een vliegende kiep tussen twee putdeksels.

Meer info: www.vennep-flyers.nl

Auteur: Geertje Bos
januari 2017.