Nederlands Transportmuseum

Handen uit de mouwen voor Transportmuseum

Drie bevlogen bestuurders geven richting aan zo’n zestig vrijwilligers om in Nieuw-Vennep het nieuwe Nederlands Transportmuseum van de gron20181205 linv ntm (1)d te tillen en vorm te geven. Het zijn stuk voor stuk mensen die zich zonder winstbejag inzetten voor het behoud van mobiel vaderlands erfgoed. Handen gaan uit de mouwen voor herstel en beheer van materiaal op gebied van transport met een verleden, kortom alles wat rijdt, vaart en vliegt. Historisch besef is de grootste gemene deler. Een nadere kennismaking met de initiatiefnemers biedt een kijkje achter de schermen van het museum, sinds april 2018 te vinden in de voormalige fabriek van Lucas Bols en Fokker Services Nederland. Een tijdelijk onderkomen met uitzicht op vestiging in PARK21.  

Op deze winderige herfstochtend in november wordt op diverse plaatsen ijverig gewerkt in de grote hal aan de Lucas Bolsweg. Hans van Gent uit Lisserbroek hanteert met verve de verfkwast, evenals Venneper Hein Meijer. Ze knappen samen een oud karretje op, voorheen vervoermiddel van de melkslijter, de zogeheten 20181205 linv ntm (4)‘ijzeren hond’. Even verderop is Olga Kat uit Abbenes in de weer met een kruiwagen vol spullen. “Ik ben hier manusje van alles”, laat ze in het voorbijgaan blijmoedig weten. We ontmoeten ook Sandra Draaisma uit Nieuw-Vennep die een bijdrage levert op administratief gebied. Een paar voorbeelden van activiteiten die het museum ‘smoel’ geven.

Wat dat betreft kunnen we niet om het pronkstuk van de uitstalling heen, sinds juli in alle glorie te bezichtigen, de DC 2 uit 1934. Een cadeautje van Anne Cor Groeneveld, voormalig vlieger en oprichter van de Dutch Dakota Association (DDA). Het vliegtuig komt in het voorjaar als ‘een roestbak’ aan in Nieuw-Vennep, waar met man en macht wordt gewerkt aan herstel. Bewondering voor deze gigantische klus is hier zeker op z´n 20181205 linv ntm (3)plaats.

Samenwerking

Aan de wieg van dit al staan Arno van der Holst (voorzitter), Gert van Kalsbeek (secretaris) en Cees van de Wetering (penningmeester). Het drietal kent elkaar van de vereniging Museumkwartier op het Hembrugterrein in Zaandam, een samenwerkingsverband van diverse stichtingen op het gebied van mobiel erfgoed. Als dit terrein20181205 linv ntm (2) niet meer voldoet aan de eisen, wordt een nieuwe locatie gevonden in Nieuw-Vennep en besloten tot de oprichting  van een museum dat zijn weerga in ons land niet kent.

Tussen de initiatiefnemers is sprake van een zeker zielsverwantschap, al heeft elke bestuurder een andere achtergrond. Projectontwikkelaar Van der Holst (geboortejaar 1967) is van jongs af actief met modelbouw van vliegtuigen, werkt tijdens de studie bestuurskunde aan de Rotterdamse Erasmusuniversiteit in vliegtuigmuseum Aviodome op Schiphol, krijgt daar in 1987 een vaste baan en wordt in 1998 directeur. Als in november 2003 het museum wordt verplaatst naar Lelystad is hij nauw betrokken bij de verhuizing. Het zijn arbeidsintensieve jaren. In 2010 besluit hij ‘iets heel anders’ te gaan doen. “Ik heb mijn baan opgezegd en ben over de wereld gaan reizen, waarbij ik steeds ook werkopdrachten had.” Inmiddels is hij terug op vaderlandse bodem, woont in Lelystad, vertoeft als enthousiast zweefvlieger daar geregeld in hoger sferen. Als een rode draad door zijn leven loopt de belangstelling voor de geschiedenis van alles wat vliegt alsook het bewaken van historisch materieel. Dat brengt hem bij diverse stichtingen op dat terrein en aldus komt de ontmoeting met Gert van Kalsbeek tot stand.

Fokkerman

Van Kalsbeek (1948, woonachtig in Heemstede) gaat na zijn studie werktuigbouwkunde in Utrecht werken bij vliegtuigfabrikant Fokker op Schiphol. “Ik ben begonnen als instructeur in het trainingscentrum techniek en heb via dertien ambachten en evenzoveel ongelukken carrière gemaakt, met plezier gewerkt tot en met het faillissement op 15 maart 1996, Black Friday.” Na een periode met werkzaamheden elders als projectleider, komt hij drie jaar later terug bij Fokker. De vraagtekens die deze mededeling oproept, beantwoordt hij meteen. “De vliegtuigfabriek bestond niet meer, het Schipholterrein was verkocht, maar er bevonden zich nog zevenhonderd Fokker vliegtuigen in de lucht. En die moesten worden ondersteund. Met dat doel was de afdeling voor onderhoud en reparatie uit het faillissement gehaald.”

Als het bedrijf van Lucas Bols, de Vennepse fabrikant van likeuren en jenevers verhuist naar Zoeterwoude, komt dat pand leeg en krijgt Fokker Services er onderdak. Van Kalsbeek wijst om zich heen. Op deze locatie heeft hij dus eerder gewerkt. Om precies te zijn, tot 2006, als de afdeling wordt ondergebracht bij Aviodrome in Lelystad.

Drie jaar later sluit hij zijn arbeidzame periode bij Fokker af. Weliswaar een afscheid van zijn werkgever, maar geen voorgoed vaarwel van het historisch erfdeel van de voormalige vliegtuigfabriek. Van Kalsbeek maakt zich nog steeds bestuurlijk verdienstelijk bij diverse stichtingen.    

Autobussen

De derde man in het bestuur van het transportmuseum is Cees van de Wetering (1979, inwoner van Alkmaar). Hij wordt door zijn collega’s geïntroduceerd als ‘de man van de autobussen’. Maar tijdens het gesprek blijkt al gauw dat zijn interesse niet wordt beperkt tot  het verleden van dat vervoermiddel. Al vormt het wel de bakermat, ingegeven door de liefhebberij van zijn vader, als vrijwilliger op dit terrein actief.

Van de Wetering is werkzaam in de erfgoedsector en daarnaast belangeloos betrokken bij diverse stichtingen. “Elk erfgoed vertelt een eigen verhaal, vliegtuigen, treinen, auto’s en ook bussen. Ik vind het leuk om al die verhalen te achterhalen en te bewaren voor het nageslacht.” Hij zegt vooral te zijn geïnteresseerd in het complete ‘mobiliteitsverhaal’, de onderlinge lijnen, het verband dat duidelijk wordt als je de geschiedenis bekijkt. “Hoe leuk is het om dat in een museum te kunnen terugzien.” Hij is onder de indruk van de inzet van mensen die in de Vennepse hal daadwerkelijk meewerken aan de verwezenlijking ervan. “Van putjesschepper tot directeur, iedereen gaat hier op een plezierige manier met elkaar om en geniet van wat er samen tot stand wordt gebracht.”

Tijdelijk

De huisvesting is weliswaar tijdelijk, maar dat is een rekbaar begrip. Het duurt nog minstens vier jaar voordat de duizend hectare akkerland tussen Ho20181205 linv ntm (5)ofddorp en Nieuw-Vennep is gerealiseerd als PARK21, ‘de nieuwe achtertuin in Haarlemmermeer’. Het ontwerpplan hangt uitvergroot aan de wand in het kantoortje. Van der Holst wijst de locatie van het nieuwe Museumpark aan. De bedoeling is een aantal paviljoens neer te zetten, elk met een eigen thema. Voorlopig wordt echter alles in het werk gesteld in Nieuw-Vennep het historische transportverhaal door de eeuwen heen zo duidelijk en zo mooi mogelijk te vertellen. Niet alleen in een overzichtelijke opstelling van het geëxposeerde materiaal en het rollend materieel, maar ook via interessante videopresentaties.

Het museum opent de haldeur elk weekeinde, van 10.00 tot 17.00 uur, met extra openingstijden tijdens schoolvakanties. De bestuursleden zijn meestal ook door de week aanwezig en bereikbaar via tel. 0252 278378. Via dit nummer kan men zich tevens aanmelden als vrijwilliger. Maar er is meer. De voorzitter laat weten dat op aanvraag de mogelijkheid bestaat een tochtje te maken met een van de opgeknapte bussen. Leuk bijvoorbeeld voor een trouwerij, of een ander feestje. Verder kan men Vriend van het Museum worden voor 30 euro per jaar.

Meer weten? Dat kan via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  

Auteur: Geertje Bos.
November 2018.