Piet Bokhorst

 ,,We moeten ons aan de leer van de Kerk houden’’

,,God houdt zijn Kerk in stand en óók zijn kinderen’’, dat is de vaste overtuiging van Piet Bokhorst (72) van de Christelijk Gereformeerde Kerk. Hij waarschuwt echter wel voor vervlakking: ,,We gaan steeds meer verwateren. Overal is men bezig eigen geloofjes te kweken.  Natuurlijk veranderen er dingen rondom ons heen. Daar ontkomen we niet aan. Maar we moeten ons wel aan de leer van de Kerk houden. ’’

De naam Bokhorst komt al in 1895 in de geschiedschrijving van de Nieuw-Vennepse Christelijk Gereformeerde Kerk voor. Dat was nadat de Doleantie ook aan de Vennepse kerkelijke gemeenten niet voorbij was gegaan. De Doleantie is de benaming voor een kerkscheuring die in 1886 plaatsvond onder leiding van dominee Abraham Kuyper. Een aantal kerkraden (in Amsterdam ongeveer tachtig personen; over het hele land sloten ruim 300.000 personen zich bij de Doleantie aan) brak met het bestuur van de Nederlands Hervormde Kerk. Ze noemden zich de Nederduits Gereformeerde Kerk (Dolerende), hiermee aangevend dat zij zich zagen als de voortzetting van de kerk die door koning Willem I de naam Nederlands Hervormde Kerk had gekregen, maar hanteerden als bijvoegsel de term ‘dolerend’ (Latijn voor ‘klagend’) , omdat naar hun mening de kerkelijke organisatie een nieuwe reformatie van de kerk in de weg stond, en omdat hen het recht werd ontzegd op de kerkelijke goederen.

Als gevolg van de Doleantie komen de Nederduits Gereformeerden en de Christelijke Gereformeerden hier in de regio tot samensmelting. Maar al spoedig na de vorming van deze ‘Vereniging’ zijn er leden die apart samenkomen om hun godsdienstoefeningen te houden. Uiteindelijk verbreken drie Vennepse gezinnen, waaronder een met de naam Bokhorst,  de band met de Gereformeerde Kerk en worden lid van de Christelijke Gereformeerde Kerk in Haarlem. Praktische bezwaren betreffende afstand en invulling van de diensten leidt tot het verzoek aan de kerkenraad in Haarlem om te komen tot een eigen gemeentevorming in Nieuw-Vennep. Het verzoek wordt ingewilligd en daarmee heeft het polderdorp per 5 december 1895  haar eigen Christelijk Gereformeerde Gemeente.

Een eigen kerkgebouw is er dan nog niet, daarvoor moet hard gespaard worden. In 1903 koopt de kerkgemeente grond aan aan de straat die later de Schoolstraat zal gaan heten. Een jaar later besluit de kerkenraad een lening van 2500 gulden aan te gaan voor het bouwen van een eigen kerk. Een plaatselijke aannemer bouwt het kerkje in drie maanden tijd voor 200 gulden minder,  zodat nog wat geld voor ‘onvoorziene kosten’ gereserveerd blijft. Op 21 september 1904 wordt het kerkje in gebruik genomen. Twee jaar later wordt naast en gedeeltelijk achter de kerk de ‘School met de Bijbel’ gebouwd.

Het kerkje heeft tot 1966 dienst gedaan. Piet Bokhorst – in dat jaar 27 – ging in zijn jeugdjaren daar ter kerke. Hij werd geboren op ’t Kabel – waar vijf families Bokhorst woonden -  en groeide op in een gezin met acht kinderen. ,,Mijn vader zat 38 jaar lang in de kerkenraad. Ik weet nog dat hij altijd in de voorste bank zat.’’ Als kind had Piet wel vraagtekens bij het geloof van zijn ouders. ,,Er waren vroeger kerkelijk duidelijke verschillen. Tegenwoordig ligt dat anders. Zo is de Gereformeerde Kerk veel groter en hebben de katholieken de Mariaverering. Maar vroeger voelde je dat verschil heel anders. Wij werden bestempeld als de ‘zwartenkousenkerk’ ‘’, herinnert hij zich. ,,Ik heb mijn vader toen ook eens gevraagd: ,,Waarom zijn wij christelijk gereformeerd?’’ Mijn vader kon dat haarfijn uitleggen.” ,,Als een pasgeboren kind dat niet gedoopt is sterft, gaat het verloren, volgens de gereformeerden. Daar dachten wij anders over. Dus bij de gereformeerden, en bij de katholieken ook trouwens, moesten kinderen zo snel mogelijk – liefst binnen een paar uur na de geboorte - gedoopt worden. Er waren nog wel meer verschillen, maar die weet ik zo niet meer.’’

Wel leerde hij al vroeg zich bij ‘mensen van de eigen kerk’ te houden. ,,Wij kochten dus bij Vreeken en niet bij Duwel’’, weet hij.  En we hadden op het dorp een gereformeerde en een christelijk gereformeerde melkboer. Die mochten allebei bij onze dominee melk leveren. Ik ben wel blij dat we dat nu niet meer hebben.’’ Na 25 jaar op ’t Kabel te hebben gewoond, trouwde Piet met Tiny en het stel ging wonen in Burgerveen. Ze woonden daar naast een katholiek gezin dat door de buurkinderen nageroepen werden met ‘Papenkop’ . Piet herinnert zich niet alleen de verschillen in geloof, maar ook in levensomstandigheden.  ,,Een boer keek niet naar je. Als boerenarbeider, zoals mijn vader was, telde je niet mee.’’

Terug naar de kerkgemeenschap, die dan wel een eigen gebouw had, maar nog steeds geen eigen predikant.  Dat duurde maar liefst 35 jaar. Pas in 1930 werd ‘lerend ouderling’ Dirk Aangeenbrug uit Sassenheim de eerste eigen voorganger. ,,Lerend ouderling’ wil zeggen dat hij geen zegen, geen avondmaal en geen doop mocht doen’’, legt Bokhorst uit. Aangeenbrug dient de gemeente slechts vierenhalf jaar, waarna de plek van predikant opnieuw vacant is. Hoewel er diverse keren een beroep uitgebracht werd op predikanten werd lange tijd geen opvolger gevonden. En dat herhaalde zich: regelmatig zat de kerkgemeenschap langdurig zonder predikant.. In het boek ‘Honderd jaar Christelijk Gereformeerde Kerk in Nieuw-Vennep’ laat schrijver H.Bokhorst zich daar als volgt over uit:  ,,Wat kan de reden geweest zijn dat dit maar steeds niet wilde lukken? Lag het aan de zo vaak aan de dag tredende moeilijkheden in de gemeente, waarvan ook onder de predikanten wel iets bekend was? Of was de Christelijk Gereformeerde Kerk van Nieuw-Vennep in de ogen van de beroepen predikant of kandidaat te behoudend of mogelijk niet behoudend genoeg?’’

Gemeenteleden pakken met elkaar de taken op. Aan de herderloze periode komt in 1951 een eind met de komst van ds. L.Floor. ,,Die heeft hier, samen met zijn vrouw,  verschrikkelijk veel voor de gemeente gedaan. Het was een aparte man, maar de mensen waardeerden hem wel’’, weet Bokhorst.

Eind mei 1966 werd – na een bouwperiode van ruim zes maanden – het nieuwe kerkgebouw aan de Dorpstraat in gebruik genomen.  Vrijwel al die tijd was Piet Bokhorst daar bezig met de aanleg van de verwarmingsinstallatie. ,,Het was een grote klus. Maar er is door heel veel vrijwilligers aan de kerk gewerkt, hoor’’, zegt hij. Nog altijd maakt hij deel uit van de Commissie van Beheer en – net als zijn vader – zat hij 21 jaar lang in de kerkenraad. Ook op dit moment zit de kerkgemeenschap zonder predikant. Het beroepen van een geschikte kandidaat is ook een financiële kwestie. Bokhorst: ,,We zijn als gemeente te klein zijn om een ervaren dominee te kunnen bekostigen. Het eigen gebouw en de eigen pastorie kosten veel geld. Een volwaardige predikant is niet te bekostigen. We zoeken naar iemand die net zijn studie afgerond heeft. Die is het goedkoopste.’’

 Auteur: Ronnie van der Knaap
(22-11-2011)